De ambulance is ter plaatse


Daar is de ambulance!

In de verte hoor je hem al aankomen. Dan zie je de ambulance. We proberen zo dichtbij mogelijk bij de patiënt te parkeren. We komen echt overal, je kan het niet verzinnen maar daar waar nodig zijn wij er.

De ambulanceverpleegkundige wil weten wat er aan de hand is. Daarom stelt de ambulanceverpleegkundige veel vragen. Hij of zij doet onderzoek en metingen, zodat de ambulanceverpleegkundige de situatie in kaart brengt en op basis hiervan beslist wat het beste voor de patiënt is. Als de ambulanceverpleegkundige denkt dat het kan, wordt de rit naar het ziekenhuis voorbereid. Soms voelt een patiënt zich meteen weer beter. Dan hoeft hij niet mee naar het ziekenhuis. Maar soms moet dat wel. Dan legt de ambulancebemanning de patiënt op de brancard. En dan gaat patiënt met brancard, de ambulance in op weg naar het ziekenhuis.